PROBLEEM: |
OPLOSSING: |
|
|
| Vervuiling
en aantasting
In water opgeloste industriechemicaliën, vuil en stof, die
in bouwmaterialen terechtkomen, tasten de structuur aan en veroozaken
een onooglijk uiterlijk.
|
Gevelbeschermingsmiddelen verhinderen vochtindringing en daarmee
ook het meevoeren van chemicaliën en vuil in de ondergrond.
Het vuil hecht zich niet aan de oppervlakte en wordt er door regen
afgespoeld.
|
|
|
| Mos-
en algaangroei
Een vochtige, vuile ondergrond is een goede voedingsbodem voor
algen en mossen, die het uiterlijk schaden en het bouwmateriaal
aantasten.
|
Gevelbeschermingsmiddelen houden de ondergrond droog, waardoor
aangroei van micro-organisme niet kan plaatsvinden.
|
|
|
| Zoutuitslag
In bouwstoffen aanwezige zouten worden door water opgelost en
bij droging naar buiten getransporteerd, waar ze na kristallisatie
al een witte, poederachtige uitslag zichtbaar worden.
|
Gevelbeschermingsmiddelen sluiten water buiten: uitkristallisatie
van in het water oplosbare zouten wordt belangrijk vertraagd.
|
|
|
| Vochtvlekken
Door verschillen in capillaire zuigwerking van het bouwmateriaal
ontstaat een ongelijkmatig gedroogd uiterlijk.
|
Gevelbeschermingsmiddelen voorkomen waterabsorptie. Een ongelijkmatig
aanzien door verschillen in droging kan dus niet optreden.
|
|
|
| Regendoorslag
Een veel voorkomend euvel is het doorslaan van muren waardoor
vocht het gebouw binnendringt.
|
Gevelbeschermingsmiddelen maken gevels waterafstotend.
|
|
|
| Vorstschade
In poreuze bouwmaterialen opgesloten water zet bij bevriezing
uit. De hoge druk die hierbij ontstaat kan het materiaal uiteendrukken
|
Gevelbeschermingsmiddelen voorkomen vocht indringing, waardoor
de kans op vorstschade wordt beperkt.
|
|
|
| Slechte
warmte-isolatie
De isolatiewaarde van natte bouwmaterialen is belangrijk lager
dan die van dezelfde materialen in droge toestand.
|
Gevelbeschermingsmiddelen weren vocht waardoor de warmte-isolatie
niet wordt verstoord.
|
|
|